Aandachtspunten bij de ABAS-KVBG voorwaarden 2025
Het begin van 2026 is een goede gelegenheid om nog eens kort stil te staan bij de nieuwe ‘algemene voorwaarden voor de goederenbehandeling en ermee aanverwante activiteiten in de Haven van Antwerpen en Zeebrugge’ versie 2025 (kortweg: de ABAS-KVBG voorwaarden 2025).
Deze voorwaarden werden opgesteld en uitgegeven door de Algemene Beroepsvereniging voor het Antwerps Stouwerij- en Havenbedrijf (ABAS) en het Koninklijk Verbond der Beheerders van Goederenstromen (KVBG) en zijn van kracht vanaf 15 juli 2025.
De wijziging en/of vernieuwing van deze algemene voorwaarden werd ingegeven door de veranderingen die de wetgever in het Burgerlijk Wetboek doorvoerde (met name de invoering van Boek 5 Verbintenissen en Boek 6 Buitencontractuele Aansprakelijkheid in het nieuw Burgerlijk Wetboek). De versie 2025 verschilt echter op bepaalde aspecten aanzienlijk t.o.v. de versie 2009 en brengt enkele belangrijke wijzigingen in de contractuele risicoverdeling tussen opdrachtgevers en goederenbehandelaars aan.
Hieronder lichten wij beknopt de zes belangrijkste wijzigingen en nieuwigheden toe:
Hulppersonen en aansprakelijkheid
De nieuwe voorwaarden erkennen expliciet de rol van hulppersonen in de uitvoering van havenactiviteiten, dit in definities van zowel opdrachtgever en opdrachtnemer (art. 1). M.b.t. de opdrachtnemer wordt op dit vlak bovendien gestipuleerd dat deze niet aansprakelijk is voor de zware fout of bewuste roekeloosheid van zijn hulppersonen (art. 7.2.), wat aansluit bij artikel 6.5 Nieuw Burgerlijk Wetboek.Lever- en uitvoeringstermijnen en de imprevisieleer
Daar waar de versie van 2009 niets omtrent lever- en uitvoeringstermijnen stipuleerde, is in de versie van 2025 expliciet opgenomen dat zulke termijnen in principe indicatief zijn, tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen (art. 5.1.). Verder wordt de imprevisieleer uit art. 5.74 Nieuw Burgerlijk wetboek, die de schuldenaar (de opdrachtnemer) het recht geeft om zijn schuldeiser (de opdrachtgever) te verzoeken het contract te heronderhandelen in geval van voor hem onvoorziene omstandigheden, eveneens verwerkt in de versie van 2025 (art. 5.1.). Dit versterkt de positie van de goederenbehandelaar aanzienlijk.Overgang van risico bij levering
De versie van 2025 bevat, in tegenstelling tot die van 2009, een bepaling omtrent de risico-overdracht (art. 5.2.). Het risico gaat over van de opdrachtnemer naar de opdrachtgever op het moment van levering en notificatie daaromtrent door de opdrachtnemer. Vanaf dat ogenblik zijn de risico’s verbonden aan opslag, afhaling en verdere behandeling voor rekening van de opdrachtgever. Deze bepaling zorgt voor een duidelijke(re) afbakening van de aansprakelijkheid van de goederenbehandelaar (en dit in diens voordeel).Aansprakelijkheidslimieten
De klassieke aansprakelijkheidsbeperkingen worden in de versie van 2025 (vrij beperkt) verhoogd en geïndexeerd. Zo wordt onder meer de limitatie per kilogram beschadigde lading opgetrokken van 2,00 EUR naar 2,50 EUR en wordt de maximale aansprakelijkheid van de goederenbehandelaar op 60.000,00 EUR gesteld, daar waar deze 50.000,00 EUR bedroeg in de versie 2009.Beperking van buitencontractuele vorderingen
De afschaffing van zowel het samenloopverbod tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid, alsook van de quasi-immuniteit van hulppersonen die de wetgever invoerde met art. 6.3 Nieuw Burgerlijk Wetboek, wordt in de versie 2025 opgevangen, doordat het samenloopverbod en de quasi-immuniteit van de hulppersonen contractueel (terug) wordt ingevoerd. (art. 8).Van vervaltermijn naar verjaringstermijn
Waar in de versie 2009 sprake was van een vervaltermijn van één jaar, wordt in de versie 2025 thans melding gemaakt van een verjaringstermijn van één jaar (art. 12). Juridisch gezien is dit geen onbelangrijke wijziging, daar een verjaring(stermijn) kan worden geschorst of gestuit, terwijl een vervaltermijn onherroepelijk is. Zodoende lijkt toch minstens één nieuwigheid in de ABAS-KVBG voorwaarden in het voordeel van de opdrachtgever te zijn.