Cassatie verduidelijkt: Wanneer is de directe douanevertegenwoordiger toch nog gehouden als douaneschuldenaar voor nagevorderde rechten in geval van foutieve aangifte? 

Sinds de directe douanevertegenwoordiging in april 2017 ook feitelijk mogelijk werd gemaakt in België heeft de douaneadministratie verschillende navorderingen tegen directe douanevertegenwoordigers opgestart wegens vermeende fouten in de douaneaangifte. De cruciale vraag is dan onder welke voorwaarden een directe douanevertegenwoordiger in zulke situaties alsnog douaneschuldenaar wordt.

In een arrest van 3 februari 2026 (P.25.1326.N) heeft het Hof van Cassatie zich over deze kwestie uitgesproken en zo opnieuw een belangrijke bouwsteen toegevoegd aan de rechtspraak over de fiscale gehoudenheid van de (directe)douanevertegenwoordiger.  

Het arrest vertrekt zoals steeds van de wettelijke basis.  

Uit artikel 77 van het Douanewetboek van de Unie (hierna “DWU”) volgt dat: 

  • De douaneschuldenaar in beginsel de aangever is. Bij indirecte vertegenwoordiging wordt de douanevertegenwoordiger dus zonder meer beschouwd als de aangever; 

  • De aangever bij directe vertegenwoordiging de opdrachtgever/importeur is en niet de directe douanevertegenwoordiger; 

  • Een uitbreiding van het schuldenaarschap enkel mogelijk is via artikel 77.3, tweede lid DWU, met name enkel ten aanzien van degene die de onjuiste gegevens heeft verstrekt, terwijl hij wist of had moeten weten dat zij onjuist waren. 

Het Hof van Cassatie benadrukt in zijn arrest van 3 februari 2026 dat: 

  • Het indienen van een aangifte niet zomaar betekent dat men “gegevens verstrekt” in de zin van artikel 77.3, tweede lid DWU, en; 

  • De directe douanevertegenwoordiger dus niet wegens zijn hoedanigheid als douanevertegenwoordiger, maar enkel wegens zijn concreet gedrag kan worden geviseerd. 

In het maakt het Hof van Cassatie nu duidelijk waar de rode lijn ligt. 

Een douanevertegenwoordiger kan uitsluitend douaneschuldenaar worden als de douaneadministratie aantoont dat hij bewustonjuiste gegevens in een aangifte heeft opgenomen en aldus wist dat door de onjuiste gegevens in de aangifte de wettelijk verschuldigde invoerrechten niet (volledig) zouden worden geheven. 

Letterlijk stelt het arrest: 

Uit de doelstelling die met artikel 77.3, tweede lid, DWU wordt nagestreefd, volgt evenwel dat de directe douanevertegenwoordiger die bewust onjuiste gegevens op een douaneaangifte bij invoer vermeldt, waardoor de wettelijk verschuldigde rechten voor de aangegeven goederen niet worden geheven, eveneens schuldenaar is van de door de aangifte ontstane douaneschuld. Dat de betrokkene de onjuistheid van de hem voor de aangifte verstrekte gegevens uit nalatigheid niet heeft achterhaald, volstaat daartoe echter niet.

Loutere nalatigheid, gebrekkige controle of enkel het “had moeten weten”-argument volstaan volgens het Hof van Cassatie dus niet. 

Hoewel dit niet expliciet wordt vermeld is het cassatiearrest naar onze mening ook toepasbaar op iedere tussenpersoon in de logistieke keten die door de douaneadministratie wordt aangesproken op basis van artikel 77, lid 3, tweede alinea DWU. Daarbij denken wij in het bijzonder aan de commissionair-expediteur die gegevens over o.a. waarde, oorsprong of tariefcode ontvangt van zijn opdrachtgever en overmaakt aan een douanevertegenwoordiger.  

In de praktijk stellen wij immers vast dat de douaneadministratie vaak (ook) een navorderingsprocedure opstart tegen de commissionair-expediteur die “in hindsight” volgens haar had moeten weten dat bijvoorbeeld de goederen ondergewaardeerd waren, een onjuiste niet-preferentiële oorsprong hadden of onder een verkeerde tariefcode werden aangegeven. 

Voor douanevertegenwoordigers (en andere tussenpersonen in de logistieke keten die informatie overmaken met het oog op het opstellen van een douaneaangifte) benadrukt dit arrest het belang van correcte kwalificatie van de vertegenwoordiging, duidelijke instructies van de klant, en een goed gedocumenteerd dossier. 

Voor de douaneadministratie betekent dit dat het aanspreken van een directe douanevertegenwoordiger of een andere schakel in de keten die “gegevens heeft verstrekt” als schuldenaar geen standaardoptie, maar een bewijs-intensieve uitzondering blijft. 

Als u meer informatie wenst te bekomen over het onderwerp kan u ons steeds contacteren via de contactgegevens op onze website.

Volgende
Volgende

Hof van Cassatie schept helderheid in de saga over de onmogelijkheid tot directe douanevertegenwoordiging in België