De commissionair-expediteur en het nieuwe Boek 7 Bijzondere Contracten Burgerlijk Wetboek: wat verandert er (niet)?

De inwerkingtreding van het nieuwe Boek 7 Burgerlijk Wetboek op 1 september 2027 zal in essentie weinig veranderingen voor de expediteur met zich meebrengen. En dat is goed nieuws.

Het handelen van de commissionair-expediteur blijft namelijk wettelijk geregeld door de Wet van 5 mei 1872, wet die de juridische basis voor het commissiecontract vormt. Deze oude wet wordt met de invoering van Boek 7 Burgerlijk Wetboek noch vervangen, noch gewijzigd (al lijkt de wetgever een noodzakelijke wijziging over het hoofd te hebben gezien – zie verder).

Dat de wetgever in 2013-2014 bij de invoering van het Wetboek Economisch Recht (WER) opteerde om de Wet van 5 mei 1872 ongemoeid te laten en deze in tegenstelling tot andere wetgeving m.b.t. het handelsverkeer niet in het WER incorporeerde, lijkt dus geen destijdse vergetelheid te zijn geweest.

Wat (al 150 jaar) goed werkt, dient niet gewijzigd te worden, kan ook bij deze wettelijke hervorming opnieuw de insteek zijn geweest.

Dat maakt echter niet dat het nieuwe boek 7 Burgerlijk Wetboek niet relevant is voor de commissionair-expediteur.

Voor zij onder hen die niet op grond van de ABEV-voorwaarden contracteren, zal men op de van aanvullend recht zijnde bepalingen uit Boek 7 Burgerlijk Wetboek inzake het dienstcontract moeten terugvallen m.b.t. de verplichtingen en rechten van de commissionair-expediteur (denk met name aan enerzijds het naleven van de instructies van zijn principaal, alsook het informeren van en rekenschap afleggen aan zijn principaal en anderzijds het recht op nauwkeurige informatie en op betaling van loon en voorgeschoten kosten).

Althans, dat durven wij aannemen.

Uit de wet blijkt dit namelijk niet (langer) duidelijk, aangezien  de wetgever een wettelijke lacune heeft doen ontstaan.  Artikel 13 van de Wet van 5 mei 1872 bepaalt vandaag dat de rechten en verplichtingen van de commissionair worden geregeld door de bepalingen inzake lastgeving, zijnde boek III, titel XIII uit het Oud Burgerlijk Wetboek. Die bepalingen verdwijnen bij de invoering van Boek 7 Burgerlijk Wetboek. De wetgever heeft evenwel nagelaten om artikel 13 van de Wet van 5 mei 1872 aan te passen of te moderniseren in die zin dat het zou verwijzen naar de overeenkomstige bepalingen van het Nieuw Burgerlijk Wetboek, met name de art. 7.4.7 en 7.4.12 nieuw BW, alsook de art. 7.4.34 t.e.m. 7.4.46 Nieuw BW inzake lastgeving.

Verder zal, wanneer de commissionair-expediteur nevenactiviteiten op zich neemt die niet onder zijn hoedanigheid van commissionair-expediteur vallen, bijvoorbeeld wanneer hij zelf opslagdiensten aanbiedt, de nieuwe regeling inzake dienstencontracten (waar de regels inzake bewaargeving worden ondergebracht), relevant zijn.

Voor de commissionair-expediteur verandert er dus weinig aan de kern van zijn rechtspositie, maar de inwerkingtreding van boek 7 Burgerlijk Wetboek verdient wel zijn aandacht.

 

Heeft u vragen over de impact van Boek 7 Burgerlijk Wetboek op uw activiteiten als commissionair-expediteur of logistieke speler? Neem dan gerust contact op. Ons kantoor staat klaar om u hierover te adviseren.

Volgende
Volgende

Ten onrechte betaalde/geborgde douanerechten: heeft u ook recht op interesten?