Feitelijke lossing en juridische aflevering van goederen onder het CMR-verdrag: Te vroege aflevering door de wegvervoerder?
Iedereen is bekend met discussies over laattijdige aflevering van goederen, maar kan een wegvervoerder ook te vroeg afleveren? Die vraag stond centraal in een zaak waarin ons kantoor de vervoerder bijstond.
Artikel 17 van het CMR-Verdrag bepaalt dat de aansprakelijkheid van de vervoerder voor verlies of beschadiging van de goederen eindigt bij de aflevering. Ondanks deze dwingendrechtelijke bepaling, ontstaan in de praktijk echter geregeld discussies over het moment waarop die aflevering precies plaatsvindt.
Dat komt omdat aflevering een juridisch begrip is. Het gaat niet noodzakelijk om de (feitelijke) lossing van de goederen, maar om de overdracht van het bezit met instemming van de betrokken partijen. Een geloste lading is dus niet automatisch ook juridisch afgeleverd.
In de voorliggende zaak had de vervoerder de opdracht om goederen op maandag af te leveren. Hij bracht de goederen echter reeds op zaterdag naar de bestemmeling. De goederen werden daar gelost en op het bedrijfsterrein geplaatst. Tijdens het weekend liepen zij door regen natschade op.
De opdrachtgever stelde dat de goederen pas op maandag mochten worden afgeleverd. Volgens hem had op zaterdag dus enkel een feitelijke lossing, maar nog geen ‘aflevering’ plaatsgevonden. Volgens de opdrachtgever had dit tot gevolg dat de vervoerder aansprakelijk was voor de schade die in het weekend ontstond.
De vervoerder stelde niet aansprakelijk te zijn voor de schade omdat deze na aflevering (en dus na zijn aansprakelijkheidsperiode) plaatsvond. Hij verwees daarbij naar de door de bestemmeling op zaterdag ondertekende CMR-vrachtbrief, als bewijs van aflevering op die dag.
De rechtbank volgde de vervoerder. Na analyse van de tussen partijen gevoerde communicatie, oordeelde de rechtbank dat maandag slechts de uiterste afleverdatum was en niet het enige toegelaten aflevermoment. Uit de ondertekende CMR-vrachtbrief bleek bovendien dat de bestemmeling het bezit over de goederen had aanvaard, zodat op zaterdag sprake was van een juridische aflevering. De aansprakelijkheid van de vervoerder nam op dat ogenblik een einde.
Dit vonnis bevestigt andermaal het belang van duidelijke, ondubbelzinnige afspraken tussen partijen en de CMR-vrachtbrief als bewijsstuk bij het wegvervoer.
Heeft u vragen over de aansprakelijkheid van een wegvervoerder, het belang van voorbehouden en andere aantekeningen op de CMR-vrachtbrief of wordt u geconfronteerd met geschillen m.b.t. de aflevering van goederen? Ons kantoor staat u graag bij met praktisch en deskundig advies.